Laatste berichten

Hoe een ogenschijnlijk kleine verandering kan leiden tot grote paniek

Daar sta je dan, aan de rand van het zwembad. Jouw handje stevig in de mijne; ik zie de paniek in je ogen. Je zwemt vandaag af voor je B-diploma. Op weg naar het zwembad was je vol vertrouwen, het proefzwemmen was tenslotte super goed gegaan. Ook tijdens het omkleden ging alles nog goed, maar eenmaal bij het water aangekomen verandert dit op slag. Ik voel je verstijven terwijl jij strak vooruit kijkt, jouw blik gericht op de juffen. Je ziet gelijk dat de opstelling van de juffen anders is dan tijdens het proefzwemmen. Het lijkt een kleine verandering, maar voor jou is het iets heel groots. Hier was je niet op voorbereid en de paniek slaat toe.

De tijd tikt weg, over 2 minuten moet je in het water liggen. Ik zie hoe de tranen over jouw gezichtje stromen. Ik hou jouw hand nog wat steviger vast en samen lopen we richting jouw juf. Zij ziet gelijk wat er aan de hand is en probeert jou gerust te stellen. Je hoeft maar twee baantjes bij de andere juf te zwemmen en dan kom je weer terug bij jouw eigen juf. Gelukkig kent de andere juf jou ook en ziet ze jouw angst. Je hoeft daarom niet achteraan te sluiten. De juf is bang dat de spanning zich dan nog verder ophoopt. Over het algemeen is het namelijk zo dat als jij eenmaal in het water ligt, het wel weer goed komt. Ik geef je een hele dikke knuffel en zeg hoeveel ik van je hou. Wat er ook gebeurt, ik ben hoe dan ook trots.

Met een zwaar gevoel loop ik naar het bankje; wat doet het mij zeer om jou zo te zien. Als vierde ben je aan de beurt, ondanks de tranen spring je in het water en zwem je netjes tot aan de mat. Daar gaat het mis. Je hebt te weinig adem, waardoor je niet diep genoeg duikt en al heel snel weer boven komt. Dapper probeer je het nog een keer, maar ook nu lukt het je niet om onder de mat door te zwemmen. De tranen blijven over je wangen stromen terwijl je een slok water binnenkrijgt waardoor je moet hoesten. Je geeft niet op, je neemt een hap lucht en zwemt onder de mat door. Wat een vechter.
Terug op de kant mag ik je helpen met het uittrekken van je kleding. Je bent helemaal overstuur. Je vertelt hortend en stotend dat je met je hoofd tegen de mat aan was gekomen en dacht dat je zou verdrinken. Ik neem je in mijn armen en hou je stevig vast. Ik vertel hoe knap ik het van jou vind dat je hebt doorgezet; ondanks jouw angst heb je niet opgegeven. Ook zeg ik hoe goed jij kunt zwemmen, want je bent niet verdronken; je wist hoe jij jezelf kon redden. Juf seint dat ik terug naar de bank moet. Ik moet mijn tranen wegslikken als ik zie hoe je snikkend in de rij gaat staan.

Ondertussen zitten we allemaal met buikpijn langs de kant; iedereen ziet jouw worsteling en het doet ons allemaal verdriet. Je duikt prachtig het water in en zwemt met gemak door het gat. De tranen blijven stromen, maar desondanks voer jij ook de andere onderdelen keurig uit. Na 45 minuten zit het er eindelijk op. Wat heb jij gevochten!
Jouw juf heeft het ook gezien, want als de diploma’s worden uitgedeeld neemt ze net even wat meer tijd voor jou. Rillend en met een spierwit gezichtje neem jij jouw diploma in ontvangst. Je komt op mij af lopen en stort in mijn armen. Je klemt je aan mij vast terwijl je hartverscheurend huilt. Zo hou ik je een tijdje vast. Mijn lieve dappere meisje.
Terwijl we richting de kleedkamers lopen roep juf nog richting jou dat je echt heel goed kunt zwemmen. Een klein glimlachje verschijnt op jouw gezicht.

Als je eenmaal lekker hebt gedoucht en warm bent aangekleed krijg je weer wat kleur op je gezicht. Langzaam krijg je ook weer wat praatjes. We gaan gezellig met z’n allen naar ons huis. Eenmaal thuis ben je weer helemaal jezelf. Je wordt flink verwend met cadeautjes en eindelijk maakt al het verdriet plaats voor trots. Je bent trots dat je jouw diploma hebt gehaald. Wat fijn om je zo te zien.

Een dag later lijk je bijna te zijn vergeten hoe zwaar je het hebt gehad, maar je benoemt wel nog even fijntjes dat je absoluut niet door gaat voor je C-diploma.  Dat hoeft ook niet. Het hoofdstuk zwemles is voor jou gesloten.

Inmiddels is er van angst of onzekerheid tijdens het zwemmen niks meer te merken. Je voelt je als een vis in het water en geniet volop van het vrije zwemmen. En wij genieten volop van jou. Het is niet altijd makkelijk om zo geplaagd te worden door angst en onzekerheid, maar zo’n vechter als jij komt er wel. Daar ben ik van overtuigd!

Even ontsnappen aan de drukte…

Het is zondagavond, met waterige ogen en een wit snoetje sta je voor me. Je zegt dat je je helemaal niet fijn voelt. Je hebt het warm en dan weer koud, je keel doet zeer en je hebt hoofdpijn. Ik aai over je haar en neem je even in mijn armen. Ik zie hoe moe je bent. Die vier dagen vrij waren net niet genoeg.
Ik neem je mee naar boven; het is tijd om naar bed te gaan. Iets vroeger dan normaal, je lijfje kan wel wat extra rust gebruiken.
Voor de vorm neem ik nog even je temperatuur op. Ik weet eigenlijk al dat je geen koorts hebt; je bent ook niet echt ziek je bent gewoon op. Toch kan het geen kwaad het voor de zekerheid te checken. De thermometer piept; inderdaad geen koorts.
Je komt overeind terwijl de tranen over je wangen stromen. Je vraagt wat we morgen gaan doen. Ik zeg dat het mij een goed idee lijkt dat je nu lekker gaat slapen, zodat je lijf tot rust kan komen. Ik geef aan dat je je morgen dan misschien alweer een stuk beter voelt. En zo niet, dat je dan een dagje thuis mag blijven. Dit lijkt jou gerust te stellen en je gaat lekker liggen.

’s Ochtends kun je amper wakker worden en met kleine oogjes kijk je mij aan. Ik vraag hoe je je voelt en je zegt dat je je nog steeds niet fijn voelt. Bijna smekend kijk je me aan. Je blijft vandaag thuis.
Je gaat lekker met je pyjamaatje nog aan op de bank liggen. De wetenschap dat je thuis mag blijven maakt dat je je lekker ontspant.
Na het ontbijt breng ik snel breng je broertje naar school. Als ik weer thuis ben, maak ik even een schoonmaakrondje door het huis, terwijl jij rustig met de duplo speelt. Daarna ploffen we samen op de bank en kijken we gezellig naar ons favoriete programma.
Je knapt met de minuut op. Deze dagen heb jij nu eenmaal zo af en toe heel erg hard nodig. Even niet de drukte van 26 andere kinderen, even geen schoolopdrachten waar jij je 100% voor inzet en het liefst geen fouten maakt, even geen harde geluiden en felle lichten.

Ik weet hoeveel energie het jou allemaal kost en ik weet hoe jij je soms door de dagen heen worstelt. Die dagen dat het jou zo zwaar valt, maar het jou toch lukt om met hulp van de juf de dag vol te maken, dat zijn de dagen waarop ik de trots in jouw ogen zie als ik je ’s middags kom ophalen. En oh, wat ben ik dan ook trots. Je kunt nu eenmaal niet áltijd thuisblijven als het even niet gaat. Maar wat ben ik blij dat op die dagen dat het écht niet meer gaat en de energie volledig uit jouw lijfje is weggeslopen, jij wel lekker thuis kunt (en mag) blijven. In alle rust, want dat is wat jij op dat moment zó hard nodig hebt om daarna de dagen op school weer aan te kunnen.

Presenteren voor de klas: een grote nachtmerrie

Je staat met een boos gezicht voor ons; het boek in je handen geklemd. Over een week is je boekbespreking. Ik weet hoe spannend je dit vindt, dus het leek mij een goed idee om het even samen te oefenen. Dit vond jij goed, maar zodra je tegenover mij en papa staat slaat je stemming om. Je klapt dicht, de tranen wellen in je ogen op en je gaat in het verzet. De boekbespreking is superstom en je wilt het niet doen. Je klemt het boek nog steviger in je armen, terwijl er een paar stille tranen over je gezicht rollen. Ik vraag aan jou wat er nu gebeurt en snikkend antwoord je dat je het gewoon heel eng vindt en dat je het niet wil doen. Ik begrijp jouw angst; het is ook spannend. Zeker zo’n eerste keer. Tegelijkertijd is het een opdracht voor school en wordt er van je verwacht dat dit doet.

Ik vraag jou waar je precies zo bang voor bent. Ondanks je boosheid en verdriet kun je dit goed vertellen. Ik vind dat ontzettend knap. Je zegt dat je bang bent dat je vergeet wat je moet vertellen, dat de andere kinderen je gaan uitlachen en dat je het niet goed doet. We praten hier open en eerlijk over, want ja in theorie kunnen al deze drie dingen gebeuren. Ik vraag aan jou wat jij in eerdere situaties hebt gedaan om deze angsten te overwinnen; bijvoorbeeld tijdens het leren fietsen of tijdens het afzwemmen. Je antwoordt dat je goed hebt geoefend en het op het moment zelf gewoon hebt gedaan. Iets oefenen voordat je het echt moet gaan doen, helpt jou dus om je iets zekerder te voelen vraag ik. Je knikt. Ik vraag wat jou nog meer helpt en je mompelt dat het helpt om te zeggen dat je het spannend vindt. Ik vraag of het wel eens is gebeurd dat de kinderen gingen lachen terwijl en ander kind zijn boekbespreking deed. Je antwoordt dat dit nog nooit is gebeurd. Ik vraag wat je zou kunnen doen als het wél gebeurt. Je zegt dat je dan tegen de juf zou zeggen dat je het niet leuk vindt dat de andere kinderen lachen.

Diep in je hart weet je het zo goed, maar oh meisje wat word je geplaagd door al die interne stemmetjes die zeggen dat het vast niet gaat lukken. Het raakt mij enorm om jou zo te zien worstelen en tegelijkertijd voel ik ook een bepaalde vastberadenheid om jou hier doorheen te slepen. Ik weet inmiddels uit ervaring dat als ik het nu laat, ik jou bevestig in jouw angsten en de drempel voor jou alleen nog maar hoger wordt.

Ik zeg dat ik het zo knap vindt dat je dit allemaal met ons kunt bespreken en dat het uiteindelijk helemaal niet erg is als het even mis gaat. Het hoeft niet perfect. Wat bijna tegen dovemansoren gezegd is, want jij wil alles nu eenmaal het liefst in een keer goed doen. Ik vraag je om het even af te maken, zodat je het in ieder geval een keer geoefend hebt, waarop je weer terugschiet in boosheid en verzet. Misschien had ik je het niet moeten vragen, misschien had ik het voor dat moment moeten laten. Maar nog steeds heb ik zo sterk het gevoel dat we juist wel nu moeten doorpakken, ook al schreeuwt alles in jou dat je wilt stoppen. Ik leg uit waarom ik dit van je vraag en met welke overtuiging ik dit doe, maar je bent bijna onvermurwbaar.

Ik merk dat mijn eigen emoties nu ook gaan meespelen. Van alles loopt door elkaar. Verdriet; om jou zo te zien, onzekerheid; omdat ik niet zeker weet of ik hier goed aan doe, wilskracht; omdat ik tegelijkertijd heel sterk geloof dat ik dit wel moet doen, machteloosheid; omdat ik jouw drang om het perfect te willen doen niet kan wegnemen, frustratie; omdat we inmiddels 45 minuten verder zijn en jouw wil om het niet te doen zo sterk is.

Ik zeg eerlijk tegen jou dat ik merk dat ik boos begin te worden en dat ik denk dat het goed is om het wel te doen, maar dat ik er ondertussen ook even geen zin meer in heb. Je roept dat het wel wilt oefenen, maar dat je het zo spannend vindt. We vallen allebei in herhaling. Uiteindelijk werk je de punten boos, mompelend en in sneltreinvaart af. Als je klaar bent, zeg dat ik het heel knap van je vindt dat je het toch gedaan hebt. Je gooit het boek op de grond en rent naar de slaapkamer van papa en mij. Daar laat je je op bed vallen en begin je hartverscheurend te huilen. Alles komt eruit. Ik neem je in mijn armen waar je je een poosje snikkend aan mij vastklampt. “Heb ik hier goed aan gedaan? ” spookt er nog steeds door mijn hoofd. Op dat moment weet ik het even niet meer zo zeker.

Inmiddels ben je weer rustig en we laten het onderwerp voor wat het is. We gaan lekker naar beneden om even een broodje te eten.
De rest van de middag ben je blij en rustig. Over de boekbespreking hebben we het niet meer, totdat ’s avonds een vriendje van jou komt logeren. Jullie zijn gezellig aan het kletsen en ineens hoor ik je aan hem vertellen dat je binnenkort je boekbespreking hebt. Vervolgens zeg je dat je morgen anders wel je boekbespreking aan hem kunt laten horen. Ik glimlach van trots. Van angst of onzekerheid is ineens niks meer te merken.

En jawel hoor, de volgende dag doe jij je boekbespreking en niet alleen voor jouw vriendje. Nee ook nog eens voor twee van mijn vriendinnen. Wow wat ben ik trots!!
Dan is het zover; je moet je boekbespreking op school gaan doen. Je gaat ontspannen naar school en je zit gezellig aan je tafeltje te kletsen met je vriendin. Ik wens je veel plezier en succes met je boekbespreking. Je kijkt me lachend aan en zegt; “ik vind het eigenlijk helemaal niet spannend meer om te doen, ik vind het juist wel leuk.”
’s Middags kom je met een stralende lach het schoolplein oplopen en vertel je vol trots dat je een “goed” hebt gekregen voor je boekbespreking. De kinderen vonden jouw verhaal heel mooi en iedereen was enthousiast.

Mijn lieve, vastberaden dochter! Ik ben zo trots op het feit dat jij iedere keer toch weer in staat bent om met jouw wilskracht en vastberadenheid jouw angsten en onzekerheden aan te gaan.

De driftbuien van een hooggevoelig meisje

Eigenlijk heb ik altijd al geweten dat jij een heel gevoelig meisje bent. Als baby was je al op sommige momenten heel onrustig. Na een dag visite of een dagje uit huilde je veel en sliep heel moeilijk in. Nu weten we dat je eigenlijk overprikkeld was.

Toen we hier een patroon in zagen, zijn we de dagen anders gaan indelen. Na een dagje dierentuin gingen we lekker naar huis, in plaats van nog ergens een hapje eten. Naarmate je ouder werd, gaf je steeds beter (non-verbaal) aan dat je behoefte had aan rust en ruimte voor jezelf. Ik zie je nog zitten in de box, je was toen 10 maanden oud, met je rug naar alle mensen toe die op dat moment bij ons op verjaardagsvisite waren.

Ondanks dat je steeds beter kon laten zien waar je behoefte aan had, kon je dit verbaal nog niet voldoende duidelijk maken. En dit frustreerde jou enorm. Dit resulteerde in enorme driftbuien. Niet een van 5 minuten; even gillen op de grond en dan weer verder. Nee een driftbui bij jou duurde soms wel een uur. Een uur van gillen, om je heen slaan en jezelf slaan of bijten. En dit soms wel drie keer op een dag. Ook s nachts kwamen deze buien weleens voor. Stond ik daar midden in de nacht, inmiddels hoogzwanger van jouw broertje, op de gang met een meisje dat volledig onbereikbaar was. Het enige wat tijdens dat soort buien hielp, was bij je blijven maar je vooral niet aanraken. Gewoon op afstand bij je gaan zitten en niks zeggen. Af en toe maakte ik dan oogcontact en deed ik mijn armen open om jou te laten zien dat je bij mij kon komen als je daar zelf klaar was voor. De eerste paar keren schudde je dan wild met je hoofd en rende je heen en weer. Ik bleef dit volhouden en uiteindelijk kwam je bij mij in mijn armen en kwam alle spanning eruit. Soms zat je wel minutenlang bij mij op schoot te huilen. En het enige wat ik kon doen was je haartjes aaien en je heel stevig vasthouden. Daarna was je helemaal uitgeput.

Soms kon ik, achteraf, wel herleiden waar zo’n bui vandaan kwam. Maar heel vaak ook niet. Het enige wat ik zeker wist, was dat er zoveel in jouw hoofdje zat wat je nog niet goed genoeg kenbaar kon maken. En nu weet ik dat je toen al last had van alle prikkels die je op een dag te verwerken had en eigenlijk gewoon vol zat. Meestal volgde er na zo’n dag met driftbuien dan ook een wat rustigere periode. Het pannetje was weer even geleegd.
Deze buien kostten niet alleen jou, maar ook mij heel veel energie. Ik was zo moe en ik maakte me zorgen over hoe het moest gaan als jouw broertje eenmaal geboren was. Was ik dan eerst ’s nachts een uur bezig met jou om vervolgens daarna een voeding te moeten geven?! Ik wist niet hoe ik dat vol zou gaan volhouden. Wat het extra ingewikkeld maakte, was dat ik de enige was bij wie je rustig werd als je eenmaal zo’n driftbui had.
Wat al snel bleek, was dat de komst van jouw broertje een grote rol speelde in jouw onrust. Tuurlijk wisten wij wel dat dit een enorme verandering voor jou was. We hebben jou hier ook zo goed mogelijk op voorbereid. Maar we wisten niet dat deze verandering zóveel met jou deed. Toen hij eenmaal geboren was, leek er een soort rust over jou te komen en de driftbuien werden aanzienlijk minder.

Het feit dat je ook steeds beter kon praten en kon verwoorden waar je behoefte aan had, heeft ook enorm geholpen. We hebben jou hier ook in gestimuleerd. Hoe vaak ik wel niet tegen jou heb gezegd; “ je mag boos zijn, maar ik wil niet dat je met spullen gooit.” “Probeer mij eens te vertellen wat er is. “Langzaam leerde jij om ons te zéggen waar je boos of verdrietig over was en konden we samen over een oplossing nadenken.

En zo doen we het van de dag nog steeds, alleen ben je inmiddels heel goed in staat om zélf over een oplossing na te denken.

Afscheid

Blog Rouw – maart 2017

We zitten met z’n allen aan tafel; ik, mijn zus, mijn man, mijn zwager, mijn vader en de uitvaartverzorgster. Het is een aantal uur nadat mijn moeder na een lange oneerlijke strijd van 7 jaar is overleden. Ik heb amper geslapen en in een soort waas mijn dochter (toen 6 maanden oud) naar het kinderdagverblijf gebracht. Bijna zakelijk vertel ik aan de leidster dat mijn moeder is overleden. De tranen springen in haar ogen en ze geeft mij een knuffel. Ze weet hoe groot dit verlies is; ze is zelf een paar jaar terug haar vader verloren. Ik ben haar dankbaar voor haar liefde en warmte, maar ik voel me verdoofd.

Eenmaal thuis is het tijd voor het gesprek met de uitvaartverzorgster. En daar zitten we dan, met een kopje koffie alsof het een normale donderdagochtend is. Auto’s rijden voorbij, kinderen lopen met hun ouders naar school; ik probeer te begrijpen hoe de wereld gewoon door kan gaan terwijl voor mij de tijd stil staat.

Ik probeer me te concentreren op het gesprek met de uitvaartverzorgster. Het is een vriendelijke, bekwame vrouw en toch irriteert ze mij. En dat terwijl ze gewoon haar werk doet. Ze wil samen met ons een zo mooi mogelijk afscheid verzorgen voor mijn moeder.
Ik wil hier helemaal niet aan tafel zitten en ik wil al zeker niet praten over de begrafenis van mijn moeder. De uitvaartverzorgster geeft ons een boekje waarin verschillende soorten kisten staan afgebeeld. Ze legt het verschil uit tussen de verschillende soorten materialen en ik voel dat de irritatie en boosheid steeds verder opborrelen. Tranen wellen op in mijn ogen en wanneer mij de vraag wordt gesteld naar welke kist mijn voorkeur uitgaat, houd ik het niet meer. Ik sta op en roep dat ik dit niet kan. Wat kan mij het schelen dat er 100.000 verschillende soorten kisten zijn in tig duizend verschillende kleuren. Het enige wat ik op dit moment weet, is dat ik naar mijn moeder wil. Ik wil wakker worden uit deze verschrikkelijke nachtmerrie.

Maar de waarheid is dat mijn moeder er niet meer is en hoe belachelijk het ook is om over kisten, muziek en bloemen te praten. Feit blijft dat ook ik wil dat mijn moeder een mooi en waardig afscheid krijgt, want dat is wat zij verdiend.

Dus droog ik mijn tranen en schuif weer aan. Voor mijn moeder; een krachtige, dappere, grappige, en hele lieve vrouw…Wat ben ik trots dat zij mijn moeder is en wat doet het pijn dat onze wegen al zo snel moesten scheiden.

Trots

Blog Hooggevoeligheid – maart 2017

Mijn telefoon gaat; school belt. Het is het tweede telefoontje in twee weken dat het niet goed met je gaat. Je komt niet tot werken, je voelt je niet fijn en je bent erg verdrietig vertelt de juf. Je zit al de hele ochtend bij juf aan tafel. Alweer. Je hebt deze week nog niet op je eigen plek gezeten. Nadat ik tegen juf gezegd heb dat ik eraan kom, hang ik op en zak ik zuchtend op mijn stoel. Ik kijk papa aan en ik zie de zorgen in zijn ogen. We zeggen tegen elkaar dat we het even niet meer zo goed weten. Wat is nu goed voor jou? Je hebt net ruim twee weken kerstvakantie gehad. We hebben niet de indruk dat je geen energie meer hebt en dat een dagje thuishouden de oplossing gaat zijn.

Ik heb zelf heel sterk het gevoel dat het belangrijk is dat je op school blijft; dat je leert dat dit gevoel er ook mag zijn en dat je leert om zelf (of met hulp) dit gevoel om te buigen. Ik kan je niet elke keer mee naar huis nemen of naar school komen als het even niet gaat.

Ik weet niet zeker of dit nu het juiste moment is, maar ik besluit om op mijn intuïtie te vertrouwen. Je zit met een wit gezichtje bij de juf aan tafel te kleuren als ik de klas binnen loop. Je loopt op me af, duikt in mijn armen en de tranen stromen over je wangen. Ik neem je mee naar de gang, waar we even rustig kunnen praten. Ik vraag wat er aan de hand is en je zegt dat je mij zo mist en dat je je niet fijn voelt. We praten hier een tijdje over en ik vraag hoe het nou komt dat ik in groep 1-2 nooit werd gebeld en nu wel. Je geeft aan dat je nu zoveel moet werken en dat je dan last van je hoofd krijgt omdat je zoveel moet denken.

Ik snap dat de overgang van de kleuterklas naar groep 3 best heel groot is. Je kijkt me met waterige ogen aan en ik weet dat je nu het liefst naar huis toe wil. Ik leg aan je uit waarom ik denk dat het niet verstandig is om je mee naar huis te nemen. Ik geef ook aan dat ik niet de indruk heb dat je nu zo moe bent dat het noodzakelijk is om naar huis te gaan. Ik ben onder de indruk van je eerlijkheid als je toegeeft dat dit inderdaad niet zo is. We praten nog even verder en ik vraag je of je een idee hebt wat jou zou helpen op dit soort momenten. Je moet hier even over nadenken, maar uiteindelijk kun je een aantal dingen opnoemen. Je vindt het fijn om je knuffel, meneer Beer, bij je te hebben op school omdat hij je aan thuis doet denken. Je vindt het fijn om tussen het werken door even te kleuren, zodat je weer rustig in je hoofd kunt worden, je wilt op de momenten dat je je niet goed voelt liever even niet buiten spelen en als het echt even niet gaat wil je graag bij de juf aan tafel zitten. Wat ben ik trots dat je zo goed in staat bent om jouw eigen oplossingen te bedenken. Ik zie dat je rustiger wordt. Ik geef je nog een hele dikke knuffel en dan lopen we samen naar de juf om te vertellen wat we hebben besproken. Juf is ook trots dat jij zo goed kunt vertellen wat jou zou kunnen helpen. Ze vindt alle ideeën goed en ze schrijft ze op, zodat jouw andere juf er ook direct van op de hoogte is.

Ik zie de spanning uit je lijf verdwijnen en langzaam komt er een glimlach op je gezicht. Ik geef je nog een laatste knuffel en ga dan weer naar huis. Als ik me bij de deur omdraai zie ik je met een lach op je gezicht kletsen met je vriendjes en vriendinnetjes. Wat fijn om je zo te zien. Als ik je s middags kom ophalen, kom je met een blij gezicht op me af lopen. De rest van de dag is goed gegaan en je bent erg trots op jezelf dat je bent gebleven.

En wat ben ik trots op jou!!!

Overprikkeld…

Blog Hooggevoeligheid – februari 2017

Het valt je vandaag erg zwaar om naar school te gaan. Van tevoren geef je al duidelijk aan dat je niet wil. Je bent erg moe en je ziet heel bleek. Het is de derde donderdag in december. Een maand vol extra prikkels. Enerzijds geniet je ontzettend van de gezelligheid, het knutselen, alle feestjes en natuurlijk de cadeautjes, maar tegelijkertijd is het teveel voor je. Je slaapt onrustig en je kunt ’s morgens amper je bed uitkomen. Ik twijfel of ik je een dagje thuis zal houden, even uitrusten en zo min mogelijk prikkels en dan morgen weer naar school, of dat ik je wel laat gaan en morgen thuis hou zodat je een lang weekend hebt. Dat geeft me dan gelijk de kans om met juf te bespreken dat je na een schoolperiode van ongeveer 4 a 5 weken vaak opgebrand bent en een dagje thuis dan bijna noodzakelijk is. Ik besluit voor de laatste optie te gaan en vertel aan jou dat we met juf gaan bespreken hoe moe je bent en dat het heel fijn zou zijn als je morgen thuis kunt blijven. Je vindt dit goed en vertrekt rustig met papa naar school.

Ik ben druk aan het werk als mijn telefoon rond 11.00 uur gaat. In beeld zie ik het nummer van school verschijnen. Mijn hart begint sneller te kloppen, er zal toch niet iets ergs gebeurd zijn?! Ik neem op en hoor de stem van juf aan de andere kant van de lijn. Het gaat niet goed met je. Je zit al de hele ochtend stilletjes en af en aan huilend bij juf aan de instructietafel. Juf zegt dat het haar hart breekt om te zien hoe je aan het knokken en worstelen bent om je te focussen op de les en de opdrachten, maar het lukt je gewoon niet. Ze vraagt mij wat we kunnen doen. Ik bedank haar voor haar telefoontje en voor het feit dat ze jou zo goed ziet. Ik weet dat je op bent en even voel ik een steek in mijn hart omdat je toch naar school heb gestuurd. Ik sluit mijn computer af en zeg tegen juf dat ik je kom ophalen. Dat je op dit moment rust nodig hebt om weer een beetje op te kunnen laden voor het staartje van de maand. Juf zegt dat ze het helemaal met me eens is en dat het haar heel verstandig lijkt dat je lekker naar huis gaat.

Als ik op school aankom zit je op een bankje op de gang met je jas al aan op mij te wachten. Je kijkt stilletjes voor je uit. Ik loop naar je toe en je duikt in mijn armen. Je bent spierwit en je fluistert dat je het echt hebt geprobeerd. Ik houd je stevig vast en zeg dat ik dat weet. Juf komt even naar de gang en vertelt nog een keer hoe je bij haar aan tafel zat. Ik zie de emotie in haar ogen en ik bedank haar nogmaals. Ik weet dat het lang niet op elke school zo gaat en het feit dat jij zo erkent wordt in wie je bent en wat je nodig hebt, maakt mij zo dankbaar. Ik vertel aan juf dat ik vanmorgen al zag dat je op was, maar dat ik dacht dat je vandaag misschien nog wel zou redden. Ik vertel wat wij gedurende de maand zien gebeuren en hoe nodig je het soms nodig hebt om even een dag thuis te blijven om weer op te laden. Juf is een en al begrip en je krijgt alle ruimte om op die dagen thuis te blijven.

Ik neem je mee naar huis en leg je lekker op de bank met je kussen en een dekbed. Je ontspant zichtbaar en je zegt nog een keer dat je het echt hebt geprobeerd, maar dat je zo moe bent dat je gewoon niet meer kunt nadenken. Ik aai over je haren; terwijl ik even de tranen achter mijn ogen voel branden omdat ik jouw strijd zo duidelijk voel. Tegelijkertijd ben ik vol bewondering over hoe goed je kunt verwoorden wat er in jouw lijf en hoofd gebeurt. Ik antwoord dat ik dat weet en dat het goed is.

Ik stop je lekker toe en zie hoe jij je meer en meer begint te ontspannen; even geen gedachten, drukte of verwachtingen. Gewoon rust.

De Droomtrein

Doe je ogen dicht, adem diep in en weer uit.
Adem in en weer uit.

In de verte komt een trein aanrijden; het is jouw eigen droomtrein. Deze trein brengt jou waar je maar heen wilt. Langzaam komt hij steeds dichterbij.

Eindelijk stopt hij en de deuren gaan open. Stap maar in en zoek een mooi plekje. Zit je lekker? Wat zie je allemaal? De trein gaat wat sneller rijden, je wiegt lekker heen en weer terwijl je uit het raam kijkt. Ineens schiet de trein door een prachtig felgekleurde regenboog en ben je opeens in een betoverend landschap.

De trein vermindert vaart en stopt. De deuren gaan open en je stapt uit. Je bent in een heel speciaal land; snoepjesland. Alles wat je ziet is gemaakt van snoep, de bomen, de bankjes, de schommels… En het water, dat is gemaakt van chocoladesaus. Je kijkt om je heen en je besluit  een hapje van een bankje te nemen, hmmm lekker. Waar smaakt het naar? Terwijl je geniet van het hapje dat je net genomen hebt, zie je dat het bankje weer helemaal heel is. Wow alles wat gegeten wordt groeit weer terug.
Je loopt verder en je ziet kinderen zwemmen in het chocolademeer, je besluit ook een duik te nemen. Jullie spatten elkaar nat en snoepen ondertussen van de chocolade. Wat is dat genieten.
Na een tijdje besluit je er weer uit te gaan. Zodra je uit het water stapt ben je weer schoon. Je loopt een berg op en je kijkt uit over heel snoepjesland, wat een prachtig kleurrijk gezicht.

De zon gaat langzaam onder, in de verte hoor je het fluitje van de trein; het is tijd om te gaan. Je loopt naar de trein en stapt in. Je draait je nog één keer om en kijkt naar snoepjesland. Wat was het fijn. De trein stoomt rustig verder en brengt je weer terug naar het station. Als je weer op het perron staat draai je je om; de trein is al weg…maar morgen zal hij weer klaarstaan om je weer naar andere mooie werelden te brengen.

De worstelingen van een hooggevoelig meisje

Blog Hooggevoeligheid – januari 2017

Je ligt nog heerlijk te slapen. Je haren liggen verspreid over je gezicht en het kussen. Je gezichtje ontspannen. Ik kan het niet langer uitstellen; ik moet je nu echt wakker maken, anders komen we te laat op school. Je hebt moeite met het openen van je ogen en je lijkt rustig verder te slapen. Ik aai zachtjes over je haren en zeg nog een keer dat het echt tijd is om op te staan, willen we nog in rust een broodje kunnen eten. Je zegt dat je nog zo moe bent. Ik zeg dat ik het begrijp, maar dat het weekend helaas voorbij is en het bijna tijd is om naar school te gaan.

Slaperig loop je naar beneden en ga je naast je broertje op de bank zitten. Als ik beneden kom zie ik hoe je heerlijk in rust op de bank zit met een dekentje om je heen. Helaas kun je hier niet al te lang van genieten, want het is echt tijd om te gaan aankleden. Je poetst je tanden en trekt je kleren aan, daarna eet je je broodje en drink je je melk. Je bent inmiddels echt wakker en je kletst vrolijk. Het is tijd om te gaan. Het is koud buiten, dus we pakken ons lekker dik in. Iets na achten lopen we met z’n drietjes de deur uit; jij loopt hand in hand met je broertje voorop.

Op school word je al wat stiller, je hangt je jas en tas op en loopt de klas binnen. De geluiden, de felle lichten, de verschillende gesprekken; ik zie hoe het je overvalt en hoe je dicht bij mij in de buurt blijft. De dag begint altijd met het leeskwartiertje, ik kom naast je zitten en je leest met alle gemak mij het verhaal voor.

Het kwartier is voorbij, het is tijd om afscheid te nemen. Ik zie de onrust in je ogen. Je duikt in mijn armen en met waterige ogen klamp je jezelf aan mij vast. Je wilt niet dat ik weg ga, je wil bij me blijven. Ik vraag aan je wat er nu in je hoofdje gebeurd en je antwoordt dat je bij mij wilt zijn. Het antwoord verbaast me niet; ik zie elke dag jouw strijd en voel aan alles dat je terug wilt naar de rust en veiligheid. Elke dag zie ik je worstelen met de overgang van thuis naar school. Elke dag zie ik hoe je overspoeld raakt door alle prikkels om je heen. Het breekt mijn hart en tegelijkertijd weet ik dat jij krachtig genoeg bent om deze uitdagingen aan te gaan.Ik vraag je wat jou nu gaat helpen en je zegt dat je weer bij juf aan tafel wilt zitten. Ik begrijp dit; haar nabijheid biedt jou de veiligheid die je zo hard zoekt. Ik zeg eerlijk dat ik het ook belangrijk vind dat je aan tafel bij je klasgenoten zit, omdat jij van hen kunt leren en zij van jou. Jij snapt dit en je zegt dat je dan morgen als je je niet fijn voelt bij de juf aan tafel begint en dan weer naar je eigen tafelgroepje gaat als het weer beter gaat. Ik stel voor om dan gelijk vandaag op die manier de situatie op te pakken, maar met grote ogen schudt je je hoofd en de tranen wellen weer op. Ik vraag waarom je dit niet wilt en je antwoordt dat je zo moet wennen na het weekend, dat je vandaag liever bij de juf blijft. Ik ben zo trots dat je dit kunt verwoorden en dat je kunt aangeven wat je nodig hebt en ik ben nog trotser als ik je dit zelf aan juf weet vertellen. Juf zegt dat ze het begrijpt, ze aait je over je arm en zegt dat je natuurlijk bij haar aan tafel mag komen. Ik geef je een dikke knuffel en fluister; zie je dat je ook door juf gezien wordt. Je kijkt me aan en er komt een grote lach op je gezicht.

Je geeft nog een laatste dikke knuffel en zegt dat je van me houdt. Ik houd je stevig vast en zeg dat ik ook heel veel van jou houd. Langzaam loop je naar de tafel van de juf. We zwaaien nog even naar elkaar en dit keer kan ik de deur dichtdoen zonder dat ik je huilend moet achterlaten. Als ik naar huis loop denk ik nog even aan mijn eigen woorden; zie je dat je ook door juf gezien wordt. En wat ben ik dankbaar dat dit zo is. Dat je niet een maar twee hele lieve en betrokken juffen hebt die ontzettend hun best doen om aan te sluiten bij wat jij nodig hebt. Dat zij jouw worsteling zien en jou de nabijheid geven die jij nog zo hard nodig hebt, want het is niet altijd makkelijk om als (hoog)gevoelig meisje op te groeien in een wereld die soms zo overweldigend kan zijn.